Inbrengen? Ja? Hoe?

Wie met een motorfiets rijdt, stelt zich vroeg of laat de vraag of hij zijn hobbyvoertuig niet kan gebruiken om wat minder geld te moeten afgeven aan de fiscus. Anders gesteld: hij wordt nieuwsgierig en wil weten of hij zijn voertuig niet kan "inbrengen", zoals dat heet. Daar valt niet zomaar binnen de seconde een "Ja" of een "Neen" op te antwoorden. Je zit namelijk met twee bedragen die je tegen elkaar moet afwegen. Het ene bedrag heet de "forfaitaire onkosten" en het andere bedrag zijn je "werkelijke beroepsonkosten". Pas als de werkelijke beroepsonkosten groter zijn dan het forfaitaire bedrag, wordt het de moeite om die beroepsonkosten ook in te dienen. Kortom, er zal wat gerekend moeten worden eer je weet of het de moeite loont om de met je motorfiets gemaakte onkosten in te brengen.

Forfaitaire onkosten

De fiscus is geen onmens (kuch, kuch...) en werkt bij de berekening van je belastingen sowieso met een forfaitair bedrag aan onkosten. Dus jij verdient geld en de fiscus houdt er automatisch rekening mee dat je bepaalde onkosten maakt om dat geld te kunnen verdienen. Die forfait trekken ze af van je belastbare inkomen.

Welke forfait jij hebt, staat in dit tabelletje (inkomsten 2008) :

Forfait (%) Inkomen
27,2 van de eerste schijf van 4970 €
10 op de volgende schijf van 4900 €
5 op de volgende schijf van 6560 €
3 op de rest
Max. 3380 euro

Stel dat je 34.000 € verdiend hebt. We hebben het hier dus over een totaalbedrag van inkomsten gedurende het afgelopen jaar. Dat is wat we het bruto belastbaar inkomen noemen. Wel, als we daar bovenstaande tabel op toepassen, dan komen we uit op een forfaitair bedrag van maar liefst 2700€ ! ! ! Dat wil concreet dus zeggen dat het inbrengen van je motorfiets als beroepsonkost pas interessant wordt als je werkelijke woonwerkverkeeronkosten hoger liggen dan 2700 € ! Wel, daar moet je al tamelijk wat kilometers voor maken. Echte kilometers natuurlijk, aantoonbaar door middel van facturen-met-kilometerstand, liefst nog gedateerd in de buurt van Nieuwjaar. Maar daarover meer in de volgende paragrafen.

De hamvraag is nu of jouw werkelijke beroepsonkosten hoger zijn dat je forfait.

De werkelijke beroepsonkosten

Je hebt wellicht al horen beweren dat je je motorfiets voor de volle 100% kan inbrengen in je belastingen. Dat klinkt fantastisch, geef maar toe ! Maar helaas pindakaas, die bewering is erg  onvolledig. Je kan namelijk niet zomaar alle motorkosten van het afgelopen jaar optellen en die van je belastbaar inkomen gaan aftrekken, dat zou veel te kort door de bocht zijn. Neen, je kan enkel de kosten die gemaakt werden in functie van je woonwerkverkeer in rekening brengen!

Je begrijpt dat dat behoorlijk wat rekenwerk gaat vragen.

De berekening van de beroepsonkosten

We gaan werken met een drie stappen-plan waarbij we de drie volgende items gaan uitrekenen:

  1. beroepscoëfficiënt
  2. afschrijving
  3. Onkosten

- Beroepscoëfficiënt

De beroepscoëfficiënt is een coëfficiënt waarmee we gaan bepalen hoeveel percent van de dit jaar gereden kilometers verreden werden voor je beroepsdoeleinden. Dat percentage gaat uiteindelijk gebruikt worden om te weten hoeveel percent van je totale onkosten ingebracht mag worden als beroepsonkosten. Om te beginnen ga je dus willen weten wat de kilometerstand van je motorfiets was in het begin van het jaar (1/1/200x) en op het einde van het jaar (31/21/200x). Daarmee heb je het totaal aantal verreden kms. Daar zit natuurlijk een deel privé-kms en misschien wel een aantal autokilometers en wellicht zullen er mensen zijn die ook x aantal dagen met de trein naar hun werk gereden zijn... Dat moet je allemaal in rekening brengen. Je gaat dus zorgvuldig moeten uitrekenen hoeveel kms je gereden hebt voor je beroepsdoeleinden.

Een voorbeeldje zegt veel meer natuurlijk, dus hier heb je er eentje :

Laten we eerst het aantal motordagen bepalen :

  • Aantal werkdagen in 2009 : 220 dagen
  • Aantal motordagen in 2009 : 180 dagen
  • Aantal autodagen in 2009 : 20 dagen
  • Aantal treindagen in 2009 : 20 dagen

De afstand woonplaats-werk is pakweg 35 km (enkele rit) en je rijdt 's morgens naar je werk en pas 's avonds keer je terug naar huis. Twee verplaatsingen dus.

35 km x 2 keer/dag x 180 dagen/jaar = 12.600 km woonwerkkilometers.

Stel nu dat de kilometerstand op 1/1/2009 13.620 km was en op 31/12/2009 is dat 31.220 km. Dan heb je dus in totaal 17.600 km gereden waarvan 12.600 km voor je werk. 72% van je motorkilometers werden dus verreden voor je beroepsdoeleinden. Wat simpelweg wilt zeggen dat 72% van je motorfietsonkosten ingebracht mogen worden.

- Afschrijvingen

Je zult wel al weten dat de grote onkosten over meerdere jaren verspreid mogen worden. Het gaat hierbij voornamelijk om grote onkosten die slechts geleidelijk hun waarde verliezen en daarom ook wel als investeringen worden aanzien. Denk hierbij aan het aankoopbedrag van je motorfiets, je motorpak, je helm, je intercom en zo meer. . Over hoeveel jaar we die afschrijven hangt af van enkele factoren (nieuw of tweedehands? Motorfiets of kledij?). Bovendien kan je ook kiezen tussen twee afschrijvingstechnieken : lineair of degressief. Over de verschillen tussen lineair en degressief wordt in een apart artikel dieper op ingegaan. Voor dit voorbeeld gaan we echter werken met lineair. Dat wil zeggen dat we elk jaar eenzelfde bedrag gaan afschrijven.

Nieuwe motorfietsen worden doorgaans over 5 jaar afgeschreven. Tweedehands motoren worden over drie jaar afgeschreven. Soms zijn hier uitzonderingen op. Een motorfiets die zeer oud is of zeer intensief gebruikt wordt, kan soms op een kortere termijn worden afgeschreven. Helmen en motorfietskledij in het algemeen mag over twee jaar worden afgeschreven. Om te weten welk bedrag je jaarlijks mag inbrengen ga je het aankoopbedrag delen door het aantal jaren waarover je wilt afschrijven.

Kleine aankopen of aankopen van producten met een vrij korte gebruikstermijn worden afgeschreven op één jaar, m.a.w. we brengen meteen het hele bedrag in rekening.

Stel dat je een nieuwe motorfiets van 15.000 euro gekocht hebt, dan ga je die op vijf jaar proberen afschrijven. Je motorfiets vermindert jaarlijks dus met 3000 euro in waarde. Het is dat bedrag dat je kan inbrengen in je onkosten.

Als we alle afschrijvingen bepaald hebben gaan we die optellen zodat we het totaal afschrijvingsbedrag voor dat jaar hebben.

- Onkosten

Naast de afschrijvingen hebben we ook een hele resem andere onkosten. Die zijn echter tot twee hokjes terug te brengen : vaste kosten en variabele kosten.

De vaste kosten zijn de klassieke dingen als een lening, de BIV, de verzekering, de verkeersbelasting.

Onder variabele kosten vinden we het benzineverbruik, de herstellingen, de aankoop van reiningsproducten, de aangekochte accessoires, oordopjes, spanbanden, gereedschap en zo verder.

Om het verbruik te bepalen werken we met het gemiddeld verbruik in liter per 100 km. We bepalen dat gemiddeld verbruik op basis van eigen metingen of we halen het uit bvb. een motortijdschrift. Verder zoeken we ook de officiële brandstofprijs op. Die vinden we bvb. via Google op het internet. Kennen we het verbruik, de brandstofprijs en ons aantal beroepskilometers, dan weten we natuurlijk ook meteen voor hoeveel euro aan benzine we voor ons werk verreden hebben. Brandstofbonnetjes verzamelen heeft geen zin, want die zijn niet nodig.

Bij het bij elkaar tellen van de onkosten moeten we geen onderscheid maken tussen onkosten die gemaakt werden tijdens privékilometers of tijdens beroepskilometers. Zo zal het onderhoud dat gebeurde op een weekenddag of midden tijdens een lange zuur verdiende vakantie wel degelijk voor het volle pond meetellen bij de berekening van de totale motoronkosten. Idem voor iets banaals als de aankoop van een bus reinigingsmiddel.

Totale afrekening

We weten dus het volgende:

  • De beroepscoëfficiënt
  • Alle Afschrijvingen
  • Alle Onkosten

Dan hebben we alles om onze uiteindelijke werkelijke beroepsonkosten te berekenen.

We tellen de afschrijvingen op bij de vaste kosten en daarbij smijten we nog de variabele kosten. Dat fantastisch lekker grote geile bedrag wink vermenigvuldigen we nu met die beroepscoëfficiënt. Nu pas weten we of onze werkelijke beroepsonkosten groter zijn dan onze forfait. Is dat het geval, dan heb je een goeie reden om je belastingsaangifte te verrijken met je eigen werkelijke kosten. 

Indien niet, wees dan een wijs man en geniet van je forfait. grin

« Naar boven