Britten V1000

Het prille begin

Begin jaren negentig (van de vorige eeuw...) verbaasde één man de hele motorwereld door race na race te winnen met een eigenbouw motorfiets. Die man was niemand minder dan de Nieuwzeelander John Britten. De motorfiets was de zijne: een Britten V1000, ontworpen en gebouwd in z'n eigen garage. 

John Britten, geboren op 1 augustus 1950, bleek al op heel jonge leeftijd te beschikken over twee rechterhanden en een mechanisch georiënteerd brein. Op twaalfjarige leeftijd was z'n eerste zelfgebouwde gemotoriseerde kart een feit. Hij had er toen al een hele reeks motorloze karts opzitten. Na technische studies en enkele banen als technisch tekenaar en ontwerper in Europa vervoegde hij het ouderlijke bedrijf. Het motorvirus was toen al volop aan het woekeren en John was uitermate ontevreden over het frame en motorblok van z'n motorfiets, een Ducati. We spreken midden jaren '80, toen hadden de Ducati's nog niet de superieure kwaliteiten die ze nu in het WSB ten toon spreiden. Na enkele onbevredigende aanpassingen aan het frame en het motorblok, besloot hij dan maar alles zelf te doen. Gezien z'n Australische ondernemersmentaliteit behoeft het geen verwondering dat hij meteen z'n eigen firmaatje oprichtte, Britten Motorcycle Company, dat gevestigd was in de garage van zijn huis. 

Prototypes

In die garage gaat de tovenaar aan de slag met carbonfiber en kevlar. Eerst volgen enkele prototypes (allen genaamd Aero en nog wat)(zie foto hieronder) die voorzien waren van een onderliggende achterschokbreker, een revolutionair carbon/kevlar composiet monocoque frame waarin de brandstoftank en koelvloeistofleidingen gehuisvest waren, en een overvierkant 60° V-Twin viertakt 1000 cc motorblok dat zijn kwaliteiten reeds had bewezen in de speedway. 

De Kiwi kende duidelijk z'n weg in het racewereldje, dat blijkt uit z'n kennissenkring en z'n keuze voor racematerialen. Na enkele nationale racesuccessen en behoorlijk wat uitvallers tengevolge van een blijbaar toch te zwak motorblok werd de machine op pensioen gestuurd. John had reeds een opvolger in petto: de Britten V1000 (zie allereerste en allerlaatste foto) 

Britten V1000 : een technisch wonder

Bij deze machine heeft John alles eigenhandig ontworpen, frame én motorblok. Hij ontwierp watergekoelde viertakt V-twins, een met 1000cc en een met 1100 cc zodat hij in meerdere klasses kon deelnemen, die moeiteloos tussen 150 en 170 pk leverden. Vergeet het niet, we spreken over een periode toen ze enkel in de vliegtuigwereld wisten wat carbon en kevlar waren! En dat vermogen wordt bij de mainstreammachines pas sinds enkele luttele jaartjes bereikt, denk aan de FJR, de VFR1200, de K1300RS ea.

Heel de motorfiets was vooruitstrevend: titanium kleppen, brandstofinjectie, programmeerbaar motormanagement, koelradiator onder de zit om de motorfiets zo smal mogelijk te houden, de naloop en de sprong waren verstelbaar. Overal trof je exotisch materiaal aan.

Het allerbelangrijkste materiaal was de carbon/kevlar mix die hij voor zoveel mogelijk onderdelen gebruikte: zelfgemaakte carbonwielen, een carbon/kevlar topframe annex balhoofd, een stevige achtervork uit hetzelfde materiaal, een zelfdragend subframe/zitje en al het kuipwerk. Kortom, alles wat tegenwoordig in de racerij gemeengoed is.

De machine reed, remde en stuurde verbazingwekkend uitstekend. Dat bewijzen de vele zeges en ereplaatsen overal ter wereld, behaald in een breed gamma aan categoriën. John Britten verdiende al gauw wijd en zijd respect omwille van zijn engineering en design. 

Vernieuwende layout

De machine is zo aerodynamisch mogelijk ontworpen, alle onderdelen zijn zodanig geplaatst dat de machine zo smal mogelijk kon blijven. Vooral de Cardinal is bekend in de wereld. Je kon er niet naast kijken. De machine straalt macht en snelheid uit, zelfs al zou je er de wielen van onder halen. De kleuren zijn blits en ondanks hun grote contrast voel je dat het zo hoort. Het design was toentertijd heel baanbrekend. Kijk maar eens goed naar de lijnen van de huidige racers, anno 2002. 

Einde

Lang heeft John niet mogen proeven van z'n succes. In 1995 is hij na 'n korte ziekte plots overleden. Z'n werknemers hebben de resterende machines afgewerkt en te koop gesteld. Momenteel zijn er slechts 10 gemaakt en die zijn verspreid over heel de wereld. Op de site kun je nagaan waar elke machine is. Met de meeste machines wordt trouwens nog steeds geraced.

Vanwaar hij de ideëen vandaan haalde, weet niemand maar het is een feit dat hij daar, in die kleine garage, tot wonderen in staat was. Had hij langer mogen leven, we zouden nog veel van hem gehoord hebben.


Bron: www.britten.co.nz

« Naar boven